Home

Bezint voordat Gij in Duitsland begint!


Alle nieuwsbrieven en pesrberichten zijn te downloaden vanuit 'Archief'.


Gebruikte afkortingen:  HR = Hoge Raad, MvF = Ministerie van Financien, BD = Belastingdienst


October 5, 2026:    "a Day of Infamy…."

De beroemde woorden van de Amerikaanse president Roosevelt, de dag na de Japanse verrassingsaanval op Pearl Harbor die de Verenigde Staten de Tweede Wereldoorlog in dwongen! Toegepast op alle gedupeerden van deze affaire.

Achtergrond: Ca. 85.000 ontvangers van Duitse pensioenuitkeringen zijn sinds 2005 foutief belast v.w.b. het belastingvrije deel van die uitkeringen. Totale schade voor deze burgers ca. €850 miljoen.

Op bovenstaande datum publiceerde de heer M.C. de Graaf, waarnemend hoofddirecteur Fiscale en Juridische Zaken van het Ministerie van Financiën de beleidslijn over de fiscale behandeling van het belastingvrije deel van Duitse pensioenuitkeringen (Staatscourant (2026 nr.34337). Zoals verwacht: De slager heeft die zijn eigen bedorven vlees goedgekeurd.

 

Alle goede punten in de beleidslijn:

  • Alleen het belastbare deel van de Duitse uitkeringen mag in box 1 belast worden.

Alle discutabele uitgangspunten van het MvF:

  • Het arrest van de HR is niet waterdicht, niet voor één uitleg vatbaar en dus legt iedereen het in zijn belang uit.

  • Om het belastingvrije deel van de Duitse uitkering uit het pensioen (Rente) te verwijderen (en zo belastingvrij houden) is om ons onduidelijke redenen geen optie voor het MvF. Het moet en zal in Box 3 belast worden.

  • De term 'belastingvrij' is onbekend binnen het MvF. Er is ook een vakje voor in de ICT systemen. Het moet, al improviserend, ergens anders ondergebracht worden vanwege het heersende HH Syndroom.

  • Het arrest van de Hoge Raad is door het ministerie tot nieuwe jurisprudentie verklaard. Dus vallen alle in het verleden (opzettelijk?) gemaakte fouten er niet onder. Wij zien het als een zeer corrigerende tik op de grijpgrage vinger van het MvF.

  • Jurisprudentie (het glijmiddel tegen stroefheid  in de uitvoering van wetgeving) en beleidsnotities vervangen officiele wetgeving, en dat alles zonder Parlementaire controle.

  • Het oordeel van het Hof Arnhem/Leeuwarden uit 2022 was voor het MvF geen aanleiding om de Duitse uitkeringen al anders te gaan belasten. Het MvF ging tegen beter weten in, in cassatie bij de Hoge Raad (de overheid gaat altijd tot aan de HR) en won zo 4 jaren waarin veel (240.000) aanslagen definitief werden gemaakt en nu dus buiten iedere vorm van compensatie vallen

  • Als inkomsten uit (vroegere) arbeid niet in box 1 passen, schuift het door naar box 3 en wordt daar als 'virueel' vermogen belast. Dat is ondermijning van de wettelijk vastgelegde Boxen definities.

  • Het betreft alleen ontvangers van een 'Altersrente'. Nabestaanden (Witwen) en arbeidsongeschikten (Arbeitsunfähig) komen helemaal niet voor in de definities van het besluit.

  • Het belastingverdrag met Duitsland tegen dubbel belasten is voor dit geval niet van toepassing.

  • Ontkenning: De Duitse belastingvrije toelage Ziektekostenverzekering wordt niet als bijproduct van inkomen uit vroegere arbeid erkend. Daardoor kan dee uitkering volledig in Box 1 belast worden.

  • Ontkenning: Ontvangers van kleine Duitse uitkeringen hebben geen fiscale  bijstand nodig voor het doen van de nu vereiste vermogensaangifte.

  • Ontkenning: Deze ontvangers kunnen eenvoudig bewijzen hoe hun Duitse pensioenopbouw voor 2005 geregeld was. Dat vereist een bewaarplicht van meer dan 21 jaar!

  • Ontkenning: De berekening met het Kohortensysteem kan de Nederlandse belastingdienst zelf, zonder kontakt met het Duitse Finanzamt.

Gevolgen: Op 5 oktober 2026 werd aangekondigd dat vrijwel alle 85.000 gedupeerden naar hun geld kunnen fluiten. Alleen nog open staande aanslagen worden misschien gekompenseerd. En dit bijna 5 jaar na de oorspronklijke uitspraak van het Hof Arnhem/Leeuwarden. De dag die ons democratische rechtsstelsel heeft beschadigd.

Een dag die in schande zal voortleven!

Maar iedere belastingaanslag gebaseerd op bovenstaande publicatie moet weer voor de rechter gebracht worden. En veel tijd voor weer langdurige rechtsgangen hebben de meest getroffen gepensioneerden ook niet meer. 

De strip onder de link laat zien hoe complex het allemaal geworden is: "Appels zijn geen Peren"

 


Oplossing: Duits belastingvrij pensioendeel alleen in Box 1

Het Duitse belastingvrije pensioendeel hoort principieel niet in Box 3 thuis. Het is 'loon uit (vroegere) arbeid' en geen vermogens component.

Via de huidige wetgeving, jurisprudentie en ministerieel beleid belandt het in Duitsland belastingvrije pensioendeel via de vangnet constructie in Box 3. Ca. 95% van de uitkeringen zijn ontvangers van een ‘klein Duits pensioen’.

De ontvangers van een klein Duits pensioen moeten nu aanzienlijke kosten (belastingadviseur) gaan maken om de vermogensaangifte correct in te dienen. De kosten voor die aangifte overstijgen de voordelen van het belastingvrije pensioen vele malen. Bovendien toont de reuring rondom de behandeling van kleine spaarders de instabiliteit van het gehele Box 3 gebeuren aan. Om daar dan geforceerd ook nog ‘ontvangers van klein Duits pensioen’ aan toe te voegen is oneerlijk en vragen om nog meer problemen.

Een pensioenrecht is en blijft een inkomensrecht. Dat een deel van een dergelijke uitkering belastingvrij is ter voorkoming van dubbele belasting, mag er nooit toe leiden dat de aanspraak via een achterdeur als fictief vermogen in Box 3 wordt belast.

De meest zuivere oplossingen om dat te voorkomen bevinden zich aan de ingangspoort van *Box 1*: niet aan de uitgang!

De hieronder gepresenteerde voorstellen bereiken dat doel zonder aanpassingen aan het gehele Box 3 constructie.

Door het recht formeel in Box 1 te verankeren of expliciet te kwalificeren, wordt het doorsijpelen naar Box 3 definitief gestopt.

Hiervoor zijn drie alternatieve concrete wetswijzigingen c.q. jurisprudentiële oplossingsrichtingen geformuleerd:

 

Optie 1: De 'Uitsluitend Inkomstenbron'-fictie (Art. 3.82 Wet IB 2001)

Toevoeging van een wettelijke bepaling dat rechten op periodieke uitkeringen uit een buitenlandse

publiekrechtelijke pensioenvoorziening uitsluitend als inkomensbron in Box 1 kunnen worden aangemerkt.

Hierdoor is kwalificatie als 'bezitting' (vermogensbestanddeel) in Box 3 wettelijk uitgesloten. Het niet belastbare

deel blijft daardoor een onbelaste inkomstenstroom binnen Box 1.

 

Optie 2: Een Expliciete Box 1-Vrijstelling (Art. 3.104 Wet IB 2001)

Het belastingvrije pensioendeel wordt niet 'uit Box 1 gegooid' (waardoor het in Box 3 valt), maar blijft

formeel onder de werkingssfeer van Box 1 vallen met een specifieke 0%-vrijstelling. Omdat het recht onder

Box 1 blijft vallen, blijft de vrijstelling van art. 5.3 lid 2 sub a Wet IB 2001 automatisch in stand en krijgt

Box 3 er geen vat op.

 

Optie 3: Gelijkstelling met Binnenlands Pensioen (Art. 5.3 lid 2 sub a IB 2001)

De wetgever stelt buitenlandse wettelijke pensioenen qua aard 100% gelijk met binnenlandse pensioenen.

Het feit dat een deel van de uitkering op grond van historische premieheffing onbelast is, verandert de

kwalificatie van het recht zelf niet. Het blijft een pensioenrecht, en pensioenrechten horen per definitie niet

in Box 3 thuis.

De meest werkzame van deze drie opties in wetgeving verankeren is de taak van het Parlement. Daarvoor in een 'Kampioen' nodig (persoon of partij) die zich hiervoor inzet en zich daarmee profileerd als ware Volksvertegenwoordiger!